Het tweede duel van 2019:
Wie heeft ons het sterkst gekoloniseerd?
De Amerikaanse of de Franse literatuur?


zondag 13 oktober om 11 uur - Letterenhuis


"Ik vertaal nu vijftien jaar romans en poëzie en in die tijd heb ik de boekenmarkt zien veramerikaniseren. Bij de grote uitgeverijen zijn er nog maar weinig redacteuren die zelf Frans lezen of die gaan snuffelen wat er in Frankrijk verschijnt. Ik ga ieder jaar een paar keer naar een Franse boekhandel. Daar sla ik heel veel boeken open. Als ik gegrepen word, koop ik het. Het wordt steeds moeilijker om nieuwe, interessante auteurs bij grote uitgever vertaald te krijgen. Uitgevers nemen geen risico’s. Pas als iets een internationaal succes is, springen ze er bovenop. Ik heb Het seksuele leven van Catherine M. vertaald. Dat werd een succes, maar toch vooral omdat het over seks gaat."
Katja de Bruin, 15 maart 2016

Wat zijn onze inspirerende literaire bronnen? Hoe hebben wij ons literair gevoed buiten de eigen Vlaamse literatuur, die zelf ook schatplichtig is aan buitenlandse? Welke grote Franse of Amerikaanse boeken kleuren (kleurden) ons literaire landschap? We zijn altijd in ons klein taalgebied gestuurd of geïnspireerd geworden door de buitenlandse literatuur. Decennia lang was dat de Franse. We zwaaiden met Zola, Flaubert en met Proust, met oude meesters als Molière. U heeft misschien een ander lijstje? Maar geleidelijk en zeker van na de Tweede Wereldoorlog nadrukkelijker, raakten we in de ban (zoals voor zowat alles) van de Amerikaanse literatuur: Steinbeck, Nabokov, Roth, Allen Ginsberg en Jack Kerouac en/of… Hoe zit dat nu? Nu het Frans bij middelbare scholieren, maar niet enkel bij hen, als actieve taal wegdeemstert. Er in onze dagelijkse omgeving er nog nauwelijks Frans – of Frans chanson – te horen is of het moet op het radioprogramma van Hautekiet en Riguelle zijn. Komen we nog verder dan Houellebecq? Al of niet in vertaling dan.
Meer toelichting over het onderwerp vindt u hier

Een verslag vindt u op onze 'beeld&woord' pagina.




Ons team

Franc Schuerewegen

Franc Schuerewegen, professor Franse literatuur aan de Universiteit Antwerpen, heeft een aantal publicaties op zijn naam die in de Franstalige academische wereld bekendheid kregen. Hij is gespecialiseerd in Proust en in Chateaubriand (Le Vestiaire de Chateaubriand (Parijs, Hermann, 2018) waarvan hij graag de mythe doorbreekt dat die steak met hem te maken zou hebben. Neen dus, wel met het Franse plaatsje Chateaubriant met een t. Naast zijn professorschap in Antwerpen, is hij coördinator van de internationale onderzoeksgroep Lire en Europe Aujourd'hui (LEA) en organisator van verschillende Summer Schools in Frankrijk, Spanje, Portugal.

Frank Albers

Dit duel zal in goede banen geleid worden door Frank Albers. Frank Albers studeerde filosofie in Gent, literatuurwetenschap in Oxford en promoveerde in 1996 in Harvard op een proefschrift over het utopisch denken van J.J. Rousseau (Frans) en R.W. Emerson (Amerikaans). Albers doceert Amerikaanse cultuur aan de Universiteit Antwerpen en is ook de auteur van de bijzondere roman Caravantis (2014).

Christophe Vekeman

Christophe Vekeman, auteur, neemt het op voor de Amerikaanse literatuur en vindt daarvoor een tegenstander in professor Franc Schuerewegen, professor Franse literatuur, Universiteit Antwerpen. Vekeman is naast auteur ook vaste gast bij Pompidou, het cultuurprogramma op radio Klara, waar hij regelmatig Amerikaanse auteurs (zij het niet alleen die) tegen het licht houdt. Zelfs wel eens een Frans boek durft hij te bespreken. Ook daarbij is Vekeman niet vervaard om dingen met enige stelligheid te poneren.