© Wolinski

HET EERSTE DUEL:
MEI ’68


zondag 25 maart om 11 uur - Letterenhuis

Tweemaal per jaar wordt gestreden, telkens onder leiding van duelmeester Gudrun De Geyter (Klara). Maak het mee, geniet en engageer uzelf.

Mei ’68 is nu vijftig jaar geleden. De term klinkt in sommige oren als nostalgie, in andere als een soort mythisch moment waar zij nog maar moeilijk bij kunnen. De eersten zijn doorgaans ouder want zij waren toen volop jong, de laatsten zijn nu jong.
Waarom had Mei ’68 zoveel betekenis? Welke impact had die golf, gericht op sociale verandering, die doorgaans als een ‘contestatiebeweging’ werd en wordt gezien? En hoe kijken wij er nu tegenaan, objectiever geworden door de ontwikkeling van de geschiedenis? Was het een moment van creatieve opstandigheid en verzet, een gevolg van een specifiek tijdsgewricht? Een effect van een normale generatiespanning dat werd uitvergroot tot een heus generatieconflict, dat ook de straat opzocht? Dat vorm kreeg omdat het kon genieten van een nieuw herwonnen democratische context na de beklemming van de fascistische overrompeling? Dat revolutionaire ambities uitdroeg omdat de toenmalige economische omstandigheden in het Westen vormen van hernieuwde uitbuiting lieten voelen? Waren de studenten de motor van de beweging omdat zij de autoritaire structuren van hun leeromgeving niet meer accepteerden en omdat zij, jongens én meisjes, tot groepen behoorden die nooit eerder op hogescholen en universiteiten waren terechtgekomen? Tegelijkertijd was de beweging ludiek, en waaierde zij alle kanten van vernieuwing uit: seks, gender, milieu, derde wereld, vierde wereld – in één adem: anti-conservatief, anti-burgerlijk, anti-autoritair. Of is het allemaal, voor wie er nu op terugkijkt, niet meer dan “een storm in een glas water” geweest? Wat is er eigenlijk van overgebleven? De toen luid roepende generatie heeft zich uiteindelijk toch ingekapseld, is meegegaan in de individualiserende samenleving, want een alternatief voor dat zo verderfelijke kapitalisme bleek dan toch niet zo direct haalbaar. Weg uit de speeltuin en terug in de klas sneden de slogans geen hout meer. Was Mei ’68 de laatste stuiptrekking van het geloof dat je de wereld in één ruk kan hervormen? Wij gieten al die vragen in een strijdgesprek tussen Paul Goossens, toen op het voorplan van de Leuvense studentenbeweging, en Joachim Pohlmann, die veel jonger is, en die kritischer aankijkt tegen de idealen van toen en wat ervan verwezenlijkt is. Zij duelleren in het Letterenhuis op zondag 25 maart, om 11 uur.
Een verslag vindt u op op onze 'beeld&woord' pagina.




Ons team

Paul Goossens

Paul Goossens was in 1968 wereldberoemd in Leuven en omstreken. In 1970 verdedigde hij als Belgisch soldaat in de schaduw van het Ijzeren gordijn het vrije Westen tegen het Sovjetcommunisme. De rest van zijn leven bracht Goossens in de media door. Hij richtte mee het efemere weekblad Vrijdag op en als journalist van De Standaard was hij erbij toen de krant in de jaren 70 failliet ging. Vervolgens richtte hij De Morgen op en spartelde met die krant door de loden jaren tachtig. In de jaren negentig emigreerde hij naar Europa. Eerst voor Knack en dan voor de eurodesk van het agentschap Belga. Vandaag is hij columnist van De Standaard en profileert hij zich graag als Europese anti-nationalist.

Gudrun De Geyter

Gudrun De Geyter woont in Brussel en werkt voor Klara. Daar is ze momenteel boekenredacteur voor het praatprogramma Pompidou. Ze maakt boekenrecensies, interviewde tal van auteurs en trok verhaalsporen na in opera’s. Ze studeerde psychologische en pedagogische wetenschappen aan de Universiteit Gent. Ze groeide op in de Vlaamse Ardennen en werd geboren in Doornik.

Joachim Pohlmann

Joachim Pohlmann is N-VA-woordvoerder en auteur. Hij heeft een wekelijkse column in De Morgen, en publiceerde de romans ‘Altijd iets’ (2012) en ‘Een Unie van het Eigen’ (2016). Hij omschreef zichzelf eens als ‘een gecertificeerde rechtse zak’, maar wil toch het liefst als een milde conservatief door het leven gaan..