Amerikaanse en Franse literatuur uit de boekenkast gehaald
Schiet democratie tekort?
Een vrouwengeschil
Duel mei ‘68
Heeft Dylan nu terecht die Nobelprijs?
De Griekse versus de Romeinse beschaving Toon/verberg
Standaardtaal of niet?

Amerikaanse en Franse literatuur uit de boekenkast gehaald.


13 oktober 11.00 u Letterenhuis

Het was een mooi duel. Geïnspireerde opponenten bestreden elkaar met humor en degelijke argumenten. En met waslijstjes van auteurs en boeken die het publiek deden duizelen, maar het vooral ook zeer nieuwsgierig maakte. ‘Dit krijg ik allemaal wel niet meer gelezen’. Christophe Vekeman was heel duidelijk in zijn liefde voor de Amerikaanse literatuur die hij met een pennentrek schetste als: ‘Ze onderzoekt hoe individuen zich verhouden tot the pursuit of happiness’ waarmee hij tegelijkertijd ook de link legde met de vakere verfilming van Amerikaanse literaire meesterwerken. The Postman always rings twice van James M.Cain schoof hij als eerste monument naar voren. Niemand ontloopt zijn noodlot in deze roman. Van vrijheid is er geen sprake. En als literair product was het zelfs de aanstichter van Frans werk. Albert Camus putte er inspiratie uit voor (de sfeer van) zijn l’Etranger. Franc Schuerewegen, professor Franse literatuur aan de universiteit van Antwerpen, was echter niet onder de indruk. Hij kon namelijk verder en dieper in de Franse literaire voorraad duiken dan de Amerikaanse literatuur toelaat. Daar haalde hij eerst Racine boven. Even hard boiled en midden in de literaire traditie van Grieks tot modern. Want Racine is namelijk ook rock and roll. En Chateaubriand liet hij ook niet liggen. (Schuerewegen zeker niet als auteur van Le vestiaire de Chateaubriand, 2018). François René de Chateaubriand schreef Les Mémoires d’outre-tombe. ‘Je kan toch geen biografie afronden als je nog leeft?’. Maar misschien was de stelling van Schuerewegen tussendoor nog pregnanter voor zijn opponent en het publiek: een roman, een literair product moet altijd in zijn tijdscontext worden geplaatst. Ik geloof niet in tijdloze literatuur. Alles is contextueel. Weer legde Vekeman een verbinding tussen de Amerikaanse en de Franse literatuur op tafel. Edgar Alan Poe beïnvloedde Baudelaire. En ook voor de relativerende opmerking over de tijdscontext had hij een tegenzet. Niet eens uit de Amerikaanse literatuur maar uit de onze. Is Willem Elsschot dan niet tijdsbestendiger dan bijvoorbeeld Streuvels die meer context nodig heeft om hem nog te smaken? Over Vlaamse auteurs gesproken: De Metsiers van Claus is op Amerikaanse leest gestoeld en Wolkers vond duidelijk in Harry Miller een voorbeeld. Tijd helpt trouwens wel om het kaf van het koren te scheiden. De ultieme troef van Schuerewegen kon niet anders zijn dan Prousts ‘A la recherche du temps perdu’. Het toonbeeld van de modernistische roman die in zich zo immens waardevol is en daarenboven de deur openzette voor Kafka en Joyce. Dit en nog veel meer ging over de tafel met tussenin een gereserveerde duelmeester als Frank Albers die waakte over scherpte en diepgang in het duel. Het Letterenhuis daverde wel niet, het gevecht was niet driftig, maar wel bijzonder boeiend en rijk gestoffeerd als een inspirerende bibliotheek, zij het met twee wanden. Beide duelisten hebben beloofd een lijstje te sturen van de werken die ze geciteerd hebben. Die lijstjes vindt u hier.

Wim Verzelen

Naar boven

Schiet democratie tekort?


24 maart 2019 - 11 uur Consciencebibliotheek

Philip Heylen, onze nieuwbakken moderator en een man met een politieke voorgeschiedenis in Antwerpen, ontpopte zich al snel tot een geweldige duelmeester en zette daarbij al de vorige duelmeesters in de schaduw.
Hij was ad rem, geestig, spottend en ernstig waar het nodig was. Dit is dus wat je nodig hebt om een gesprek op een zonnige zondagmorgen in een oude donkere bibliotheek vleugels te geven. Philip had zijn huiswerk gemaakt dat zag en voelde je. Hij kwam ironisch uit de hoek, vaak wel wat teveel vonden sommigen, en zijn tussenkomsten mochten best wel wat ernstiger nu en dan, en hij was eigenlijk na een klein kwartier al geen moderator meer, maar een actieve participant die zijn kritische afkeer voor Peter Terryn’s communistische ideeën niet kon verhullen in al zijn bon chic-bon genre stijl. Maar eerlijk is eerlijk, het had verdorie swung en daar had ik lang naar uitgekeken.
Peter heeft, denk ik onmiddellijk aangevoeld dat hij hier bot zou vangen met zijn discours en retoriek, er werden dan ook wat oudbakken gemeenplaatsen en ideeën opgewarmd die ons allen bekend zijn, en die er in 2019 niet echt meer toe doen hoe oprecht die ook mogen zijn. Het is natuurlijk nooit echt een goed idee om elk half uur Rusland, China en Cuba in een zin te vermelden. Kortom, zijn houding was lichtjes afstandelijk, een beetje koud en terughoudend. Velen hadden ongetwijfeld meer vuurwerk van de minister van agitatie verwacht en kwamen dan ook van een kale reis terug. Wat zijn mening en beeld over kranten betreft, sloeg hij wel nagels met koppen, al hadden we dat wel wat meer onderbouwd verwacht, “infotainment weet je wel” al die gazetten…
En daar was Liesbeth, die al een tijdje ongeduldig heen en weer aan het schuifelen was dan weer niet gelukkig mee, haar vuurtje dat tot dan op een laag pitje stond, werd plots een hevig flakkerende wok waar ze dan lekker Peter’s Chinese idealen kon mee roerbakken. Wij zien dat dan graag, een jonge dynamische vrouw die er nog voor gaat en die ik ook alleen maar kende van TV-interventies in vaak slaapverwekkende en niet erg boeiende programma’s op onze nationale zender. Het werd al snel duidelijk dat Liesbeth een journaliste is die met hart en ziel in de stiel staat, de mooiste stiel die er is -dixit Kuifje, ze vocht er voor.
De vragen die achteraf door het publiek gesteld werden waren trouwens zeer to the point en ook die werden snel en efficiënt door Monsieur Philip afgehandeld.
Er kwam echter geen antwoord op de vraag (die verder niet gesteld werd trouwens) of de gele hesjes dan wel een symptoom van het democratisch deficit zijn, of de sleutel tot de oplossing. Jammer dat daar niet bij stil gestaan werd, ze domineren nu toch al enkele maanden onze media en het is Peter Terryn zijn stokpaardje.
Rest me nog te zeggen dat er daarna een kleine receptie aangeboden werd, en men dronk nog een glas, deed nog een plas en alles bleef bij het oude. De zon scheen buiten, de democratie was weer gered, de prille terrasjes lonkten al vlug naar enkele van de toehoorders, Peter Terryn moest dringend de trein naar Brussel hebben, want zijn consequent activisme draaide weer op volle toeren, er moest mee betoogt worden voor een beter klimaatakkoord!, kortom, de namiddag kon niet meer stuk.
Wil u het debat nog eens beluisteren? Klik dan hier.

Peter Macken
27 maart 2019
foto's: Sarah Wagemans ©

Naar boven

Een vrouwengeschil


28 oktober 2018 - 11 uur Consciencebibliotheek

Een eerste duel met en tussen vrouwen, m.n. rond gender en sekse. Gemotiveerd en geëngageerd stonden Edith Cassiers en Ariane Bazan tegenover elkaar. Elk met uitgesproken overtuigingen die in de loop van de tweestrijd soms minder strak werden, maar soms ook weer verscherpten. Cassiers en Bazan vertrokken elk vanuit een specifieke invalshoek. Cassiers vanuit de stelling dat vrouwen (en mannen) het slachtoffer zijn van een giftige tweedeling in de samenleving, die op individueel vlak zichtbaar is in verwachtingen en posities, maar ook nadrukkelijk maatschappelijk gedetermineerd wordt door rollen en machtsverhoudingen. Bazan huldigt daartegenover een driedeling om de problematiek van sekse te definiëren: een biologisch niveau als gegeven dat beperkingen meebrengt, maar ook mogelijkheden om ‘flexibele met die beperkingen om te gaan’; een mentaal niveau dat ze het niveau van de psychische vrijheid noemt en het sociale niveau waar maatschappelijke verwachtingen spelen en het zich daar al of niet tegen teweerstellen.
Het duel startte pittig: “Weg met gender” fulmineerde Cassiers op geladen toon, wat theatraal misschien, maar voor een geslepen dramaturge een manier om de strijd aan te binden, frontaal. We verwachten van mensen (vrouwen én mannen) dat ze een personage spelen dat niet samen valt met wie ze individueel zijn, maar wel op grond van een script dat uittekent wat ze als man of een vrouw moeten zijn. Daartegenover stelde Bazan dat ons brein soepel is, het eerste biologisch gegeven verschil accepteert, maar daarna ruimte schept voor variatie. ‘Niet zo!’ weerlegde Cassiers, ‘al van bij de geboorte worden we met gender beplakt, ingekleurd, ingesnoerd, daarna worden die verschillen verder indringend aangeleerd, klaar om in een maatschappelijk keurslijf mee te draaien.’
We hoorden en zagen écht wel duellerende dames. Met uitroeptekens en denkbeeldige vuisten met ‘Ik ben het wel met je eens, maar (met een dreigende ondertoon) of ‘Zever is dat’. Hun verschillende posities werden zeer scherp zichtbaar als ze elk hun analyse van het maatschappelijk perspectief toelichtten. Bazan: Ik kijk naar de lijfelijke zaken en wat voor maatschappelijk effect ze hebben. De strijd die ik maatschappelijk wil gevoerd zien is die tegen genitale verminking, tegen de onzorgvuldige manier van het knippen bij een bevalling, tegen te snelle hysterectomie, over de kwaliteit, maar vooral de prijs van maandverbanden...
Cassiers: 'Ja, maar kijk ook naar de maatschappelijke structurele onderdrukking, nog steeds, met de blijvende mechanismen van patriarchale ongelijkheid. Dat zit in het kapitalistisch systeem verankerd.'
Tussendoor porde de moderator, Marijke Coornaert, gericht en doelbewust beide dames aan met een insteek die de verhouding tussen mannen en vrouwen nog eens moest illustreren: ‘Hoe mannen in macht en humor hun overwicht proberen te zoeken, strategieën die ze uitspelen om te overheersen. Zo aangeleerd, zo gesocialiseerd.’ Het duel leek gaandeweg op een spoornet, met naast elkaar heen razende opvattingen, met rails die elkaar kruisten, zonder botsingen, soms lichte aanvaring, maar elk wel in een eigen bedding. Cassiers gestuurd door literatuur, maatschappelijke lezing en actuele discussie van de genderproblematiek. Bazan beïnvloed door haar eigen praktijk van psychologische zorg. (Met middenklasse, witte mannen en vrouwen, liet de moderator zich tussendoor ontvallen).
Als er dan al een station was waar ze gezamenlijk passeerden, was het dat van de complexiteit van deze materie. Een boeiend duel dat inspiratie bood voor na-praten, na-denken, na-strijden.

Wim Verzelen
29 oktober 2018

Naar boven

Duel mei ‘68
Pohlmann versus Goossens


25 maart 2018 om 11 uur - Letterenhuis

Pohlmann en Goossens waren goed opgewarmd na een trainingssessie voor de Knack. Journalisten die ons idee van een scherpe woordenwisseling gekaapt hadden en de woensdag voor ons duel snel even ruimte schiepen in hun blad.
Het hielp achteraf bekeken wellicht beide protagonisten om nog scherpzinniger voorbereid te zijn. Gemotiveerd voor een verbale strijd voor een zo goed als volledig gevuld auditorium van het Letterenhuis. Twee duidelijke posities tegenover elkaar: een rood gekleurde (letterlijk) progressieve ex-studentenleider en een in traditioneel Oostenrijks jasje gehulde conservatief. Paul Goossens die mei ’68 situeert als een belangrijk scharniermoment in de Westers beschaving gelinkt aan de Verlichting. Joachim Pohlmann die wel de verdiensten van die tijd ziet, met veel meer oog heeft voor het feit dat Vlaanderen daar zijn autonomie radicaal heeft aangezet. Tegelijk beargumenteert dat een en ander te zeer is doorgeflipt: vaststaande waarden zijn te ver onderuitgehaald. De emancipatie waarvan Goossens zei dat ze het sleutelkenmerk was van die wereldbeweging, is doorgeschoten, teveel idealen zijn gesloopt.
Dat was de algemene teneur van dit duel, dat tegelijkertijd alle niveaus van het fenomeen ’68 in Vlaanderen bestreek. Goossens die de loop van Leuven Vlaams helder toelichtte.
- de Vlaamse studenten die vanaf de jaren ‘66 voor de kar van de Vlaamse beweging waren ingelijfd als strijdpaarden. In die sfeer is het ‘Walen buiten’ gelanceerd. Voor die studenten niet echt met etnische bedoelingen. Al werd dat wel zo gelezen in Waalse kringen: als een versie van ‘Juden Raus’;
- de omslag nadien in ’68 als dit slepende Vlaamse cultureel verzet een contestatie- en kritisch democratische dimensie kreeg o.i.v. de internationale studentenbeweging: Berkeley/Parijs;
- het probleem van progressiviteit versus conservatisme, dat op dit moment onze samenleving raakt vanuit een perspectief dat toen is aangezet;
- het conservatisme dat vorm krijgt in de N.V.A. waarvan Pohlmann een woordvoerder is, versus Goossens die beweert dat hiermee in wezen een reactionaire reflex op de Verlichting wordt gerealiseerd;
- was het een generatiekloof die aan de basis lag? Niet echt veel aandacht aan besteed;
- wat met de belangrijke accenten van toen: de democratisering, strijd tegen ongelijkheid, maatschappelijk engagement… Aangeraakt, maar niet uitgewerkt.
We zagen een uiterst geëngageerde Paul Goossens, vaak op het puntje van zijn stoel, beladen met zijn geschiedenis en scherp analytisch vermogen. Duidelijk en scherp tegen de partij de Pohlmann vertegenwoordigt en haar voorzitter. We zagen een evenwichtig formulerende Pohlmann, die hoffelijk pareerde en rigoureus zijn eigen argumenten klaar had. Tegelijk als een echte gentleman op het einde van de tweestrijd lof toewuifde aan zijn opponent voor de manier waarop deze zich in de maatschappelijke ontwikkeling van Vlaanderen heeft gepositioneerd en dat blijft doen. Een muisstille zaal volgde dit duel geconcentreerd, maar ook uiterst geëngageerd - zichtbaar, vooral hoorbaar - toen een paar mensen toch met slaande deuren de zaal verlieten. Is ‘onderwerping’ aan conservatief ideeëngoed als dat van Burke, te vergelijken met emancipatie. Voor sommigen in de zaal een brug te ver! En niet enkel in de zaal. Een mooi duel, zoals een geladen maatschappelijk debat hoort te zijn. Woensdag 28 maart op De Afspraak, daar mochten de heren het nog eens overdoen!
Herbekijk deze aflevering hier.

Met Vrienden van Boek en Letteren hebben wij hiermee de Vlaamse journalistiek gevoed, eerst de Knack dan de Afspraak op Canvas. Wij zijn een culturele antenne! Volg dus ook verder onze duels. Het eerstkomende over ‘Vrouwen en literatuur’ op 28 oktober 2018.

Wim Verzelen

Naar boven

Heeft Dylan nu terecht die Nobelprijs?
Van Gerrewey versus Buelens


zondag 26 februari om 11 uur - Letterenhuis

Een duel met het floret op de rug. Geen frontale aanvallen, geen striemende commentaren op elkaar, nauwelijks een stemverheffing: een herenduel van de 21e eeuw tussen gedocumenteerde en geëngageerde intellectuelen. Een compleet gevulde aula van het Letterenhuis met een gemotiveerd publiek. En een muzikale omkadering van Jan De Smet die al voor het eigenlijke debat de toon had gezet, met een vette knipoog naar één van de hitjes van Clouseau: “Dylan verdient de Nobelprijs”.
Hoewel beiden overtuigde Dylanfans, stonden Geert Buelens en Christophe Van Gerrewey toch lijnrecht tegenover elkaar: Buelens gunt Dylan in alle talen de Nobelprijs en Van Gerrewey wil die enkel reserveren voor het geschreven woord en daar valt zijn jeugdidool buiten. Trouw aan zichzelf verdedigde Van Gerrewey de strikte literatuur tegenover een literatuurprofessor die er geen moeite mee heeft om buiten de boeken te kijken en verwees naar de orale traditie waar het boek en de vertelling uit gegroeid is. Misschien krijgen we over een aantal jaren wel een Nobelprijs voor een TV- of filmscenario gooide hij er wat prikkelend in.
Voor Buelens is Dylan een poëet (en hij kan dat zeggen) uit de naoorlogse culturele ontwikkeling die de verschuiving van het collectieve naar het individuele mee heeft vorm gegeven. Vanuit de folktraditie (collectieve accent) naar een zelfbewuste eigengereide positie in een groeiend consumptieve omgeving. Best juist misschien voor Van Gerrewey, maar die ziet daarin geen reden om voorbij te gaan aan het feit dat de Nobelprijs over literatuur gaat en dat is geschreven taal en te lezen tekst. En: literatuur is verhalen in de tijd zetten, maar niet doen wat met een ander medium beter kan. Zang is een ander medium!
De duelmeester Gudrun De Geyter zocht, nauwgezet voorbereid, telkens weer een nieuwe ingang om de twee wat scherper tegenover elkaar te krijgen. “Een dichter des vaderlands?” “Wat is goede literatuur dan?”. Zo ontlokte ze daarmee ook telkens nieuwe argumentatie, maar geen van de duellisten legde de duimen. Ieder bleef heel duidelijk zichzelf trouw.
Ondanks de afwezigheid van spetterende steekspel bleef het publiek geboeid luisteren: dit was een passende intellectuele brunch. Dat soort sfeer werd op het eind van het duel door Jan De Smet overgenomen met een reeks songs die rakelings langs Dylan gingen tot en met een onrechtstreekse ode aan een optreden van Dylan in Brussel dat hem naast Dylans tekst en muziek nog op een hele andere manier had geraakt…
Helemaal in zijn eigen muzikaliteit (tot en met zijn accordeon) zorgde Jan De Smet voor een prachtig slot aan deze mooie zondagmorgen in het Letterenhuis.

Wim Verzelen

Naar boven

De Griekse versus de Romeinse beschaving!
Het tweede Duel op zondag


zondag 16 oktober om 11 uur - Letterenhuis

Wat in Engeland vorig jaar een succesvolle arena was geweest voor een strijd tussen Boris Johnson, toen nog burgemeester van Londen, en Mary Beard, professor en auteur van SPQR (2015) konden wij ook realiseren! Alleen dienden wij de posities om te draaien. De burgermeester van Antwerpen is Romeins! Hij kreeg in Gunnar De Boel een minstens even gemotiveerde professor Griekse cultuur en literatuur tegenover zich, heel gerust in zijn overwinning.
Het beloofde een spetterend duel te worden, waarvoor een groot publiek was warm gelopen. De hele Nottebohmbibliotheek was in zijn volle lengte gevuld. En toen kwam het bericht dat één van de duellisten verstek moest laten gaan. Jawel! Bart De Wever kon niet wegblijven bij de regeringsverklaring!
Het publiek raadplegen?! Wilden zij terugkomen na de middag als De Wever zich van Brussel naar Antwerpen had gerept? Het grootste gedeelte van het publiek wou dat en voor wie toch niet kon terugkomen was professor De Boel zo galant om een toelichting te geven op ‘Waarom de Griekse beschaving zo’n grote invloed had op de onze!’
Het werd opnieuw een volle zaal die gretige duellisten voor zich kreeg. En die toehoorders hadden op voorhand hun mening klaar. Bij de start bleek het grootste gedeelte van het publiek Grieks gezind! Een mooie start voor professor De Boel om dat vuur meteen bij zijn uitdaging nog wat op te stoken.
De Wever had zich scherp voorbereid zo bleek. Met een goed gevulde tas tekstmateriaal en citaten pareerde hij de uitdaging met een aanval (Had iemand iets anders verwacht?): Waar zouden wij zijn zonder het Romeins recht? En die fameuze Griekse democratie? Dat gold toch enkel voor een elite en dan nog slechts binnen Athene!
Athene legde de basis voor de humanistische opvattingen riposteerde De Boel! “Of een beetje verder in het duel: “Romeinen hadden ruwe seks! De Grieken kenden romantiek” Daar moest dan wel een verwijzing naar de Griekse pederastie op volgen.
Het steekspel bleef verder verpakt in mooie uithalen en spitse tussenkomsten. “De Grieken hadden een uitgebreide vermaakcultuur, kenden spelletjes… en de Romeinen zochten vertier in ‘de duim naar beneden richten’. Hun wreedheid was legendarisch. Hebben zij trouwens niet de kruisiging uitgevonden?
De Wever bleef over het gehele debat bijzonder gedreven, nauwelijks te stoppen in zijn soms door snelle argumenten en veelvoudige voorbeelden overwoekerd pleidooi. Vond tegenover zich een rustige academicus die wachtte tot ‘de bui over was’ en naar een nieuw terrein overstapte om ergens anders mee te schermen. Het bleef een verduiveld moeilijke taak voor de duelmeester om woord en weerwoord evenwichtig te houden. Het was een Romeinse veldheer in een galopperende strijdwagen tegen een geleerde die dat geweld vanop afstand bleef bekijken en zijn commentaar niet spaarde bij zoveel voorthollende voortvarendheid… als hij er de tijd voor kreeg. De Wever scoorde met het Romeinse recht, de Romeinse architectuur, de Romeinse infrastructuur. De Boel scoorde met filosofen, kwaliteit van sociaal verkeer, en het feit dat Grieken ‘idealen’ hebben uitgevonden, motor voor beschavingen.
Toen De Wever fel had rondgebazuind dat het Romeinse rioleringssysteem onovertroffen was, kon de duelmeester hem toch even wat laten inbinden. Daarvoor confronteerde ze hem met het verhaal over een wandeling die hij ooit met een journalist in Rome had gemaakt waarbij hij zich had laten ontvallen dat het “wel bijzonder erg gestonken moet hebben, omdat maar een klein deel van de bevolking effectief op dat rioleringssysteem was aangesloten”. Een gniffelende opponent kon dit, rustig in zijn stoel, wel smaken. Maar zo’n door de wol geverfde debater legt zoiets snel naast zich neer! Een flink uur woordgeschut heen en weer diende uit te monden in een balans! Wie heeft onze cultuur het meest getekend? Welke beschaving, de Griekse of de Romeinse gaf de zaal de boventoon? De Romeinen bleken een échte tribuun ingehuurd te hebben. Ze wonnen! En de professor bleef hongerig achter, want… nog lang niet uitgepraat, nog argumenten té over!

Kijk hier naar (fragmenten van) het debat en warm je aan de begeestering van beide duellisten! Het integrale debat is te vinden op dit adres: https://youtu.be/9SERe73H8YM

Wim Verzelen

Naar boven

Standaardtaal of niet?
Het eerste Duel op zondag


zondag 5 juni om 11 uur - Letterenhuis

Het was een hoffelijk duel. Hoe kon het anders met een vrouw van nobele stand en een heer van academische stand. Wat hebben ze met standaardtaal? Mia Doornaert, nam heel expliciet de verdediging op, van grammatica tot spelling, van woordgebruik tot uitdrukkingsvaardigheid. De continue ontwikkeling en het consequent voeden van die standaardtaal koppelt ze aan het onderwijs. Ze ging daarvoor terug naar haar eigen vader die het algemeen Nederlands in zijn West-Vlaamse omgeving zag als een noodzaak tot emancipatie. Als een middel, ook voor kinderen uit maatschappelijk zwakkere milieus, om zich op te werken en een taal te leren die hun denken zou onderbouwen.
Haar verzet tegen tussentaal had een ondertoon: wat in de media en m.n. televisie vooral gehanteerd wordt is niet een Vlaamse tussentaal die Limburg tot West-Vlaanderen zou overspannen, maar slechts een Brabants product van Antwerpen tot Leuven. (dat laatste zijn mijn woorden). Kevin Absillis schreef samen met Jürgen Jaspers en Sarah van Hoof, De manke usurpator. Over Verkavelingsvlaams (2012). Daaruit putte hij om een genuanceerd pleidooi te houden voor de tussentaal of taalvarianten.
Verre van hem om de standaardtaal helemaal weg te werpen, maar hij pleitte expliciet voor meer oog voor de realiteit van het taalgebruik en de grote diversiteit ervan. Waarbij iedereen moet kunnen praten zoals hij gebekt is. Op televisie moeten mensen zich in hun eigen taalvariant kunnen uitdrukken anders worden er muren opgetrokken. Mia Doornaert kan met dat soort opvatting niet uit de voeten: wie zich via de media uit moet standaardtaal beheersen en volgehouden gebruiken. En wat is die tussentaal dan precies. Absillis zou erop terugkomen. Maar het is uiteindelijk in de lucht en tussen de floretten blijven hangen. Die zijn trouwens netjes op hun kussentje blijven liggen. Ze zijn slechts figuurlijk gekruist… Wat ook de bedoeling was, of wat had u gedacht!
Dat dit duel keurig bleef verlopen was ook de verdienste van de duelmeester Gudrun De Geyter die het mooi gestructureerd en evenwichtig liet verlopen. Een mooi heen en weerspel dat het publiek niet alleen geboeid hield, maar dat zich ook aangesproken voelde.
Ze wilden graag reageren. Zijn onderwijzers en leerkrachten niet te honkvast? Spelen ze niet te dicht onder hun kerktoren zodat ze het algemeen Nederlands misschien al te onnadenkend inwisselen voor een soort tussentaal? Waarom niet als in Frankrijk (en elders) ervoor zorgen dat leerkrachten over het land ‘uitgezet’ worden? Frankrijk waar ook Doornaert vaak naar verwees als voorbeeld van hoe iedereen in Frankrijk goed Frans spreekt, weliswaar met accent – maar dat is geen punt – maar correct en verstaanbaar. Wat Absillis trouwens niet helemaal onderschreef op grond van zijn Franse ervaringen.
En Doornaert werd bijgetreden door een dame die een warm pleidooi hield voor het belang aan grammatica in het onderwijs. Niet enkel taalgrammatica, maar de grammatica van elk vak, dient te worden onderwezen. Liefst op de manier waarop Doornaert ook het gehele taalonderwijs ziet gebeuren. Niet met het opgeheven vingertje maar speels en aantrekkelijk, zodat kinderen het gevoel krijgen dat het iets van hen wordt.
Conclusie: de tussenta(a)l(en) is/zijn een realiteit die niet meer terug te draaien is. Daarnaast moet er opnieuw meer aantrekkelijke onderwijskracht ingezet worden om álle kinderen een grammaticale en orthografische ruggengraat mee te geven die hen moet sterken in het breed maatschappelijk verkeer.

Wim Verzelen


Naar boven


Elke derde zaterdag van de maand (van 10 tot 12 uur) voert een rondleiding achter de schermen de bezoeker mee naar het oudste en het nieuwste gedeelte van de Erfgoedbibliotheek. We volgen gids Geertje achter de schermen van de bibliotheek.