Heeft Dylan nu terecht die Nobelprijs?
De Griekse versus de Romeinse beschaving Toon/verberg
Standaardtaal of niet?

Heeft Dylan nu terecht die Nobelprijs?
Van Gerrewey versus Buelens


zondag 26 februari om 11 uur - Letterenhuis

Een duel met het floret op de rug. Geen frontale aanvallen, geen striemende commentaren op elkaar, nauwelijks een stemverheffing: een herenduel van de 21e eeuw tussen gedocumenteerde en geëngageerde intellectuelen. Een compleet gevulde aula van het Letterenhuis met een gemotiveerd publiek. En een muzikale omkadering van Jan De Smet die al voor het eigenlijke debat de toon had gezet, met een vette knipoog naar één van de hitjes van Clouseau: “Dylan verdient de Nobelprijs”.
Hoewel beiden overtuigde Dylanfans, stonden Geert Buelens en Christophe Van Gerrewey toch lijnrecht tegenover elkaar: Buelens gunt Dylan in alle talen de Nobelprijs en Van Gerrewey wil die enkel reserveren voor het geschreven woord en daar valt zijn jeugdidool buiten. Trouw aan zichzelf verdedigde Van Gerrewey de strikte literatuur tegenover een literatuurprofessor die er geen moeite mee heeft om buiten de boeken te kijken en verwees naar de orale traditie waar het boek en de vertelling uit gegroeid is. Misschien krijgen we over een aantal jaren wel een Nobelprijs voor een TV- of filmscenario gooide hij er wat prikkelend in.
Voor Buelens is Dylan een poëet (en hij kan dat zeggen) uit de naoorlogse culturele ontwikkeling die de verschuiving van het collectieve naar het individuele mee heeft vorm gegeven. Vanuit de folktraditie (collectieve accent) naar een zelfbewuste eigengereide positie in een groeiend consumptieve omgeving. Best juist misschien voor Van Gerrewey, maar die ziet daarin geen reden om voorbij te gaan aan het feit dat de Nobelprijs over literatuur gaat en dat is geschreven taal en te lezen tekst. En: literatuur is verhalen in de tijd zetten, maar niet doen wat met een ander medium beter kan. Zang is een ander medium!
De duelmeester Gudrun De Geyter zocht, nauwgezet voorbereid, telkens weer een nieuwe ingang om de twee wat scherper tegenover elkaar te krijgen. “Een dichter des vaderlands?” “Wat is goede literatuur dan?”. Zo ontlokte ze daarmee ook telkens nieuwe argumentatie, maar geen van de duellisten legde de duimen. Ieder bleef heel duidelijk zichzelf trouw.
Ondanks de afwezigheid van spetterende steekspel bleef het publiek geboeid luisteren: dit was een passende intellectuele brunch. Dat soort sfeer werd op het eind van het duel door Jan De Smet overgenomen met een reeks songs die rakelings langs Dylan gingen tot en met een onrechtstreekse ode aan een optreden van Dylan in Brussel dat hem naast Dylans tekst en muziek nog op een hele andere manier had geraakt…
Helemaal in zijn eigen muzikaliteit (tot en met zijn accordeon) zorgde Jan De Smet voor een prachtig slot aan deze mooie zondagmorgen in het Letterenhuis.

Wim Verzelen

Naar boven

De Griekse versus de Romeinse beschaving!
Het tweede Duel op zondag


zondag 16 oktober om 11 uur - Letterenhuis

Wat in Engeland vorig jaar een succesvolle arena was geweest voor een strijd tussen Boris Johnson, toen nog burgemeester van Londen, en Mary Beard, professor en auteur van SPQR (2015) konden wij ook realiseren! Alleen dienden wij de posities om te draaien. De burgermeester van Antwerpen is Romeins! Hij kreeg in Gunnar De Boel een minstens even gemotiveerde professor Griekse cultuur en literatuur tegenover zich, heel gerust in zijn overwinning.
Het beloofde een spetterend duel te worden, waarvoor een groot publiek was warm gelopen. De hele Nottebohmbibliotheek was in zijn volle lengte gevuld. En toen kwam het bericht dat één van de duellisten verstek moest laten gaan. Jawel! Bart De Wever kon niet wegblijven bij de regeringsverklaring!
Het publiek raadplegen?! Wilden zij terugkomen na de middag als De Wever zich van Brussel naar Antwerpen had gerept? Het grootste gedeelte van het publiek wou dat en voor wie toch niet kon terugkomen was professor De Boel zo galant om een toelichting te geven op ‘Waarom de Griekse beschaving zo’n grote invloed had op de onze!’
Het werd opnieuw een volle zaal die gretige duellisten voor zich kreeg. En die toehoorders hadden op voorhand hun mening klaar. Bij de start bleek het grootste gedeelte van het publiek Grieks gezind! Een mooie start voor professor De Boel om dat vuur meteen bij zijn uitdaging nog wat op te stoken.
De Wever had zich scherp voorbereid zo bleek. Met een goed gevulde tas tekstmateriaal en citaten pareerde hij de uitdaging met een aanval (Had iemand iets anders verwacht?): Waar zouden wij zijn zonder het Romeins recht? En die fameuze Griekse democratie? Dat gold toch enkel voor een elite en dan nog slechts binnen Athene!
Athene legde de basis voor de humanistische opvattingen riposteerde De Boel! “Of een beetje verder in het duel: “Romeinen hadden ruwe seks! De Grieken kenden romantiek” Daar moest dan wel een verwijzing naar de Griekse pederastie op volgen.
Het steekspel bleef verder verpakt in mooie uithalen en spitse tussenkomsten. “De Grieken hadden een uitgebreide vermaakcultuur, kenden spelletjes… en de Romeinen zochten vertier in ‘de duim naar beneden richten’. Hun wreedheid was legendarisch. Hebben zij trouwens niet de kruisiging uitgevonden?
De Wever bleef over het gehele debat bijzonder gedreven, nauwelijks te stoppen in zijn soms door snelle argumenten en veelvoudige voorbeelden overwoekerd pleidooi. Vond tegenover zich een rustige academicus die wachtte tot ‘de bui over was’ en naar een nieuw terrein overstapte om ergens anders mee te schermen. Het bleef een verduiveld moeilijke taak voor de duelmeester om woord en weerwoord evenwichtig te houden. Het was een Romeinse veldheer in een galopperende strijdwagen tegen een geleerde die dat geweld vanop afstand bleef bekijken en zijn commentaar niet spaarde bij zoveel voorthollende voortvarendheid… als hij er de tijd voor kreeg. De Wever scoorde met het Romeinse recht, de Romeinse architectuur, de Romeinse infrastructuur. De Boel scoorde met filosofen, kwaliteit van sociaal verkeer, en het feit dat Grieken ‘idealen’ hebben uitgevonden, motor voor beschavingen.
Toen De Wever fel had rondgebazuind dat het Romeinse rioleringssysteem onovertroffen was, kon de duelmeester hem toch even wat laten inbinden. Daarvoor confronteerde ze hem met het verhaal over een wandeling die hij ooit met een journalist in Rome had gemaakt waarbij hij zich had laten ontvallen dat het “wel bijzonder erg gestonken moet hebben, omdat maar een klein deel van de bevolking effectief op dat rioleringssysteem was aangesloten”. Een gniffelende opponent kon dit, rustig in zijn stoel, wel smaken. Maar zo’n door de wol geverfde debater legt zoiets snel naast zich neer! Een flink uur woordgeschut heen en weer diende uit te monden in een balans! Wie heeft onze cultuur het meest getekend? Welke beschaving, de Griekse of de Romeinse gaf de zaal de boventoon? De Romeinen bleken een échte tribuun ingehuurd te hebben. Ze wonnen! En de professor bleef hongerig achter, want… nog lang niet uitgepraat, nog argumenten té over!

Kijk hier naar (fragmenten van) het debat en warm je aan de begeestering van beide duellisten! Het integrale debat is te vinden op dit adres: https://youtu.be/9SERe73H8YM

Wim Verzelen

Naar boven

Standaardtaal of niet?
Het eerste Duel op zondag


zondag 5 juni om 11 uur - Letterenhuis

Het was een hoffelijk duel. Hoe kon het anders met een vrouw van nobele stand en een heer van academische stand. Wat hebben ze met standaardtaal? Mia Doornaert, nam heel expliciet de verdediging op, van grammatica tot spelling, van woordgebruik tot uitdrukkingsvaardigheid. De continue ontwikkeling en het consequent voeden van die standaardtaal koppelt ze aan het onderwijs. Ze ging daarvoor terug naar haar eigen vader die het algemeen Nederlands in zijn West-Vlaamse omgeving zag als een noodzaak tot emancipatie. Als een middel, ook voor kinderen uit maatschappelijk zwakkere milieus, om zich op te werken en een taal te leren die hun denken zou onderbouwen.
Haar verzet tegen tussentaal had een ondertoon: wat in de media en m.n. televisie vooral gehanteerd wordt is niet een Vlaamse tussentaal die Limburg tot West-Vlaanderen zou overspannen, maar slechts een Brabants product van Antwerpen tot Leuven. (dat laatste zijn mijn woorden). Kevin Absillis schreef samen met Jürgen Jaspers en Sarah van Hoof, De manke usurpator. Over Verkavelingsvlaams (2012). Daaruit putte hij om een genuanceerd pleidooi te houden voor de tussentaal of taalvarianten.
Verre van hem om de standaardtaal helemaal weg te werpen, maar hij pleitte expliciet voor meer oog voor de realiteit van het taalgebruik en de grote diversiteit ervan. Waarbij iedereen moet kunnen praten zoals hij gebekt is. Op televisie moeten mensen zich in hun eigen taalvariant kunnen uitdrukken anders worden er muren opgetrokken. Mia Doornaert kan met dat soort opvatting niet uit de voeten: wie zich via de media uit moet standaardtaal beheersen en volgehouden gebruiken. En wat is die tussentaal dan precies. Absillis zou erop terugkomen. Maar het is uiteindelijk in de lucht en tussen de floretten blijven hangen. Die zijn trouwens netjes op hun kussentje blijven liggen. Ze zijn slechts figuurlijk gekruist… Wat ook de bedoeling was, of wat had u gedacht!
Dat dit duel keurig bleef verlopen was ook de verdienste van de duelmeester Gudrun De Geyter die het mooi gestructureerd en evenwichtig liet verlopen. Een mooi heen en weerspel dat het publiek niet alleen geboeid hield, maar dat zich ook aangesproken voelde.
Ze wilden graag reageren. Zijn onderwijzers en leerkrachten niet te honkvast? Spelen ze niet te dicht onder hun kerktoren zodat ze het algemeen Nederlands misschien al te onnadenkend inwisselen voor een soort tussentaal? Waarom niet als in Frankrijk (en elders) ervoor zorgen dat leerkrachten over het land ‘uitgezet’ worden? Frankrijk waar ook Doornaert vaak naar verwees als voorbeeld van hoe iedereen in Frankrijk goed Frans spreekt, weliswaar met accent – maar dat is geen punt – maar correct en verstaanbaar. Wat Absillis trouwens niet helemaal onderschreef op grond van zijn Franse ervaringen.
En Doornaert werd bijgetreden door een dame die een warm pleidooi hield voor het belang aan grammatica in het onderwijs. Niet enkel taalgrammatica, maar de grammatica van elk vak, dient te worden onderwezen. Liefst op de manier waarop Doornaert ook het gehele taalonderwijs ziet gebeuren. Niet met het opgeheven vingertje maar speels en aantrekkelijk, zodat kinderen het gevoel krijgen dat het iets van hen wordt.
Conclusie: de tussenta(a)l(en) is/zijn een realiteit die niet meer terug te draaien is. Daarnaast moet er opnieuw meer aantrekkelijke onderwijskracht ingezet worden om álle kinderen een grammaticale en orthografische ruggengraat mee te geven die hen moet sterken in het breed maatschappelijk verkeer.

Wim Verzelen


Naar boven


Elke derde zaterdag van de maand (van 10 tot 12 uur) voert een rondleiding achter de schermen de bezoeker mee naar het oudste en het nieuwste gedeelte van de Erfgoedbibliotheek. We volgen gids Geertje achter de schermen van de bibliotheek.